Tel de objecten en schrijf het getal!
- Vraag 1: overal op de afbeelding doorstrepen: Ei.
- Vraag 2: overal op de afbeelding in een vierkant zetten: Sla.
- Vraag 3: overal op de afbeelding tellen en het totaal opschrijven: Knoflook.
- Vraag 4: overal op de afbeelding omcirkelen: Pruim.