Vergelijk en kies het juiste symbool!
- Vraag 1: de twee groepen vergelijken, pinen en pinen, en het juiste teken kiezen: groter dan, kleiner dan of gelijk aan.
- Vraag 2: de twee groepen vergelijken, beechen en beechen, en het juiste teken kiezen: groter dan, kleiner dan of gelijk aan.
- Vraag 3: de twee groepen vergelijken, redwooden en redwooden, en het juiste teken kiezen: groter dan, kleiner dan of gelijk aan.
- Vraag 4: de twee groepen vergelijken, sprucen en sprucen, en het juiste teken kiezen: groter dan, kleiner dan of gelijk aan.