Zet de letters in de juiste volgorde om woorden te maken!
- Vraag 1: vorm met deze letters het woord bij de afbeelding: GNAAADHZ.
- Vraag 2: vorm met deze letters het woord bij de afbeelding: EAMHR.
- Vraag 3: vorm met deze letters het woord bij de afbeelding: TTPNSOPROE.
- Vraag 4: vorm met deze letters het woord bij de afbeelding: OUBT.
- Vraag 5: vorm met deze letters het woord bij de afbeelding: DDRAEL.
- Vraag 6: vorm met deze letters het woord bij de afbeelding: TPITSKUI.