Werkblad vraagwoorden · groep 4
Antwoorden sorteren: wie, wat of waar?
Negen kaartjes staan bovenaan: in de tuin, de limoen, Julia, thuis, de mango, Daan, Tess, in bed en de fiets. Daaronder staan drie bakken met de kopjes Wie?, Wat? en Waar?. Het kind schrijft elk kaartje in de bak van de vraag die erdoor beantwoord wordt. De verdeling komt precies uit: drie namen onder Wie, drie dingen onder Wat en drie plaatsbepalingen onder Waar.
Er staan op dit blad geen zinnen, alleen losse antwoorden, en dat is een bewuste keuze: het kind moet uit de vorm van het woordje zelf afleiden op welke vraag het antwoord geeft. Een naam antwoordt op Wie, een ding met de of het ervoor antwoordt op Wat, en een groepje woorden dat met in of op begint, of het losse woord thuis, antwoordt op Waar. Dat laatste is de mooiste van de drie, want thuis is één woord zonder voorzetsel en toch een plaats.
Eén vel; er is ruimte voor drie regels per bak. Het blad werkt ook goed als knipopdracht: knip de negen kaartjes los en laat kinderen ze met z'n tweeën in de juiste bak leggen voordat ze schrijven. Doe het na het invulblad, als de drie soorten antwoorden al besproken zijn, en vraag na afloop om bij één kaartje zelf de hele vraag te bedenken.
Dit zit er in het werkblad
- Met antwoorden
- Print als PDF of speel online — gratis, zonder account
Bijgewerkt op 22 september 2026
Meer werkbladen om te proberen
Taal · groep 3
→
Gemaakt met de Werkblad vraagwoorden · groep 4-generator
Generatorpagina komt binnenkort.
