Wie doet het? Persoonswoorden op -er, -ster en -es
Kijk naar elke persoon, lees het woord in het kader ernaast en schrijf in het stippelvak het woord voor wie dat doet.
Kijk naar elke persoon, lees het woord in het kader ernaast en schrijf in het stippelvak het woord voor wie dat doet.