Werkblad hij, zij of het · groep 4
Bezittelijke voornaamwoorden: zijn, haar of hun
Acht rijen, elk met links een of twee portretjes, daarnaast een plaatje van een ding, en daarna een zin met een leeg vakje: Dit is Bram. Dit is ... hoed. Rechts staan drie keuzes: zijn, haar en hun. De dingen op deze afdruk zijn een hoed, een boek, een hond, een boot, een bal, een kat, een vlieger en een trommel. Drie rijen noemen twee kinderen, de vijf andere één.
De hele les zit in één zin: de eigenaar beslist, niet het ding. Bij Bram hoort zijn, bij Sanne haar, bij Tess en Mia samen hun, en of het ding nu een boot of een bal is, verandert daar niets aan. Rij 2 maakt dat het duidelijkst: Noud heeft een boek, en boek is een het-woord, maar het antwoord blijft zijn boek. Kinderen die het bezittelijk voornaamwoord verwarren met het lidwoord vallen daar door de mand, en dat is precies waarom die rij op het blad staat.
Eén vel in kleur; er wordt alleen omcirkeld, dus het gaat vlot. De verdeling op dit blad is evenwichtig: twee keer zijn, drie keer haar, drie keer hun. Laat een kind dat twijfelt met de vinger van het portret naar het woord wijzen en hardop zeggen van wie het ding is. Dit is het enige blad van de reeks over bezit; de andere vijf gaan over de woorden hij, zij en het als onderwerp.
Dit zit er in het werkblad
- 19 afbeeldingen
- Met antwoorden
- Print als PDF of speel online — gratis, zonder account
Bijgewerkt op 22 september 2026
Meer werkbladen om te proberen
Interactieve activiteiten om te proberen
Taal · groep 4
→
Gemaakt met de Werkblad hij, zij of het · groep 4-generator
Generatorpagina komt binnenkort.
