Werkblad hij, zij of het · groep 4
Kaartjes sorteren onder hij, zij of het
Tien kaartjes liggen bovenaan, elk met een plaatje en een woord: Sanne, Tess, schaap, vliegtuig, Emma, Noud, auto, varken, Finn en Julia. Daaronder staan drie kolommen met de kopjes hij, zij en het. Het kind schrijft elk woord in de kolom die erbij hoort. Zes kaartjes zijn namen van kinderen, vier zijn dingen of dieren, en die vier verdelen zich niet vanzelf over de drie kolommen.
Sorteren maakt het patroon zichtbaar dat op de andere bladen van de reeks verspreid staat. Onder zij komen alleen meisjesnamen. Onder hij komen jongensnamen én de auto, want auto is een de-woord. Onder het komen schaap, varken en vliegtuig, alle drie het-woorden. Zodra de kolommen gevuld zijn, ziet het kind zwart op wit dat hij niet hetzelfde is als jongen: het gaat om het lidwoord. Die regel formuleren is de taalbeschouwing die de SLO-kerndoelen in groep 4 vragen.
Eén vel; er is schrijfruimte per kolom, dus er wordt tien keer een woord overgeschreven. Vraag na afloop hardop waarom de auto bij hij staat en het vliegtuig bij het, en laat het kind zelf de of het ervoor zeggen. Doe dit blad na het omcirkelblad en de zinnenbladen, als afsluitende ordening. Wie wil uitbreiden, laat het kind vijf eigen woorden bijschrijven in de juiste kolom.
Dit zit er in het werkblad
- 10 afbeeldingen
- Met antwoorden
- Print als PDF of speel online — gratis, zonder account
Bijgewerkt op 22 september 2026
Meer werkbladen om te proberen
Taal · groep 3
→
Gemaakt met de Werkblad hij, zij of het · groep 4-generator
Generatorpagina komt binnenkort.
