Werkblad hij, zij of het · groep 4
Hij, zij of het: omcirkel het woord dat we ervoor zeggen
Acht genummerde kaarten, elk met een plaatje, een woord eronder en daaronder drie keuzes: hij, zij en het. Op deze afdruk staan er vijf namen, Finn, Bram, Mia, Noud en Julia, twee dieren, konijn en varken, en één ding, vlieger. Het kind omcirkelt het woord dat we in plaats van dat woord zeggen. Bij de namen gaat het om jongen of meisje, bij konijn, varken en vlieger om iets anders.
Precies die twee soorten op één blad maken dit een Nederlands blad en geen vertaald blad. Bij Finn en Mia beslist de persoon: hij of zij. Bij konijn en varken beslist het lidwoord, want het zijn het-woorden, en dus zeggen we het. En bij de vlieger, een de-woord, hoort hij, ook al is een vlieger geen jongen. Dat een de-woord hij krijgt en een het-woord het, is voor kinderen de grootste ontdekking van dit onderwerp, en het is de reden dat verwijswoorden in de Nederlandse methodes bij taalbeschouwing staan.
Eén vel in kleur; er wordt alleen omcirkeld. De portretten bij de namen komen uit een reeks beroepen, dus Bram staat er als man in pak en Julia als vrouw met een klembord; zeg erbij dat het plaatje alleen jongen of meisje aangeeft. Dit is het startblad; daarna volgen de bladen waarop de naam in een zin vervangen wordt en waarop kaartjes onder hij, zij en het worden gesorteerd.
Dit zit er in het werkblad
- 8 afbeeldingen
- Met antwoorden
- Print als PDF of speel online — gratis, zonder account
Bijgewerkt op 22 september 2026
Meer werkbladen om te proberen
Taal · groep 3
→
Gemaakt met de Werkblad hij, zij of het · groep 4-generator
Generatorpagina komt binnenkort.
