Werkblad tweetekenklanken · groep 3
Tweetekenklanken oe, ui en oo: welke klank hoor je?
Bovenaan staan de drie tweetekenklanken van dit blad als grote kralen aan een draad: oe, ui en oo. Daaronder volgen acht rijen. Elke rij begint met een nummer en een plaatje, en daarachter staan dezelfde drie klanken op een rij. Het kind zegt wat het op het plaatje ziet en omcirkelt de tweetekenklank die het hoort. Op deze afdruk staan een muis, een koekje, een schoen, een ui, een fluitje, een stoel, een telefoon en een roos. Onder de plaatjes staan geen woorden: het kind moet de klank horen, niet lezen. Drie woorden hebben oe, drie hebben ui en twee hebben oo.
Tweetekenklanken zijn een van de grote stappen in groep 3. Twee letters maken samen één klank. Bij oe en ui lijkt die klank niet op de losse letters: oe is geen o en geen e. Bij oo hoor je een lange o, en die schrijf je met twee letters. Dit blad begint bij het oor. Het kind moet de klank eerst in het gesproken woord horen voordat het hem gaat lezen en schrijven. Dat werkt het best als het de woorden hardop en langzaam zegt: st-oe-l, r-oo-s. Let op de roos: wie daar gewoon bloem zegt, hoort oe in plaats van oo. En bij de ui is het hele woord de klank zelf, wat kinderen vaak verrast. Zeg de plaatjes daarom vooraf samen. Het blad past bij technisch lezen in de SLO-kerndoelen en bij de klankenkaart van de meeste leesmethodes.
Eén vel in kleur. Bespreek eerst alle plaatjes klassikaal, zodat elk kind dezelfde woorden gebruikt. Dit is het startblad van de reeks tweetekenklanken. Wie oe en ui nog moeilijk vindt, begint met het sorteerblad voor kleuters; wie het vlot gaat, schrijft daarna de klank die ontbreekt in het woord.
Dit zit er in het werkblad
- 8 afbeeldingen
- Met antwoorden
- Print als PDF of speel online — gratis, zonder account
Bijgewerkt op 23 september 2026
Meer werkbladen om te proberen
Taal · groep 3
→
Gemaakt met de Werkblad tweetekenklanken · groep 3-generator
Generatorpagina komt binnenkort.
