Werkblad drijven en zinken · groep 4
Weetjes over drijven en zinken: waar of niet waar?
Zes genummerde zinnen over drijven en zinken staan onder elkaar, en achter elke zin staan twee knoppen: waar en niet waar. Het kind leest elke zin en omcirkelt het goede woord. Bovenaan staat een plank met zeven voorwerpen om naar terug te kijken: een spijker, een veer, een houtblok, een aardappel, een pompoen, een schip en een appel. Op deze afdruk zijn de zinnen: Een zware pompoen drijft. Sommige zware dingen drijven. Alle lichte dingen drijven. Een stalen schip zinkt. Een veer zinkt. Een appel drijft, maar een aardappel zinkt. Drie zinnen zijn waar en drie zijn niet waar.
Het kind moet een algemene uitspraak toetsen aan wat het ziet en weet. Dat is lastig, want de onjuiste zinnen klinken logisch: lichte dingen drijven toch? De plank bovenaan geeft het bewijs: een spijker is licht en zinkt, een houtblok is zwaar en drijft. Wie met klei heeft gewerkt, weet bovendien dat de vorm meetelt. Door te lezen, te twijfelen en te kiezen oefent een kind in groep 4 hoe je een bewering toetst aan wat je hebt waargenomen. Dat is de kern van onderzoekend leren in de SLO-kerndoelen voor natuur en techniek.
Eén vel in kleur. Doe eerst de proefjes van de bladen met de weegschaal en de klei, en gebruik dit blad als afsluiting. Bespreek vooral de zinnen die niet waar zijn: laat kinderen op de plank het voorwerp aanwijzen dat het tegendeel laat zien. Wie dat kan, is klaar voor het onderzoeksverslag voor groep 5.
Dit zit er in het werkblad
- 7 afbeeldingen
- Met antwoorden
- Print als PDF of speel online — gratis, zonder account
Bijgewerkt op 24 september 2026
Meer werkbladen om te proberen
Gemaakt met de Werkblad drijven en zinken · groep 4-generator
Generatorpagina komt binnenkort.
