Werkblad persoonswoorden · groep 5
Wie doet het? Persoonswoorden op -er, -ster en -es
Acht kaarten staan in twee kolommen. Links op elke kaart staat een persoon aan het werk, rechts een woord in een kader en daaronder een oranje stippelvak met schrijflijnen. Het kind kijkt naar de persoon, leest het woord en schrijft het persoonswoord erbij: het woord voor wie dat doet. Op deze afdruk zijn de woorden kappen, recht, bezorgen, naaien, hardlopen, bakken, serveren en dansen. Bij kappen staat een man met een baard en een schaar, bij recht een rechter in toga, bij bezorgen een meisje met een pakje, bij naaien een vrouw achter een naaimachine, bij hardlopen een hardloopster, bij bakken een bakker met een brood, bij serveren een serveerster met een kopje en bij dansen een ballerina.
In het Nederlands maak je een persoonswoord op meer manieren. Van bakken maak je bakker en van recht rechter; bij kappen schrijf je kapper, met twee keer een p. Bij een vrouw of meisje hoort vaak -ster of -es: bezorgster, naaister, hardloopster, serveerster en danseres, en bij serveerster wordt de e ook nog een ee. De plaatjes laten zien wie er aan het werk is, dus het kind moet ook letten op de persoon en niet alleen op het woord. Alle acht woorden passen in de drie uitgangen van de titel: drie op -er, vier op -ster en één op -es. Het blad past bij woordvorming in de SLO-kerndoelen voor groep 5.
Eén vel in kleur. Bespreek vooraf dat er soms twee goede antwoorden zijn, zoals danser en danseres, als een kind niet op het plaatje let. Serveerster en bezorgster zijn lastig om te spellen; zet ze na afloop samen op het bord. Dit blad hoort bij de reeks woordfamilies en voorvoegsels en gaat over achtervoegsels.
Dit zit er in het werkblad
- 8 afbeeldingen
- Met antwoorden
- Print als PDF of speel online — gratis, zonder account
Bijgewerkt op 23 september 2026
Meer werkbladen om te proberen
Gemaakt met de Werkblad persoonswoorden · groep 5-generator
Generatorpagina komt binnenkort.
