Hartwoorden

Zie welk stukje van een woord je uit je hoofd leert.

Over dit hulpmiddel

Hartwoorden is een gratis hulpmiddel voor groep 3 en groep 4. Veel woorden kun je gewoon verklanken: je hoort wat je schrijft. Maar sommige woorden hebben een stukje dat je niet kunt horen en niet kunt afleiden. De d aan het eind van hond klinkt als een t. In zijn staat de lange ij, in klein de korte ei, terwijl je precies hetzelfde hoort. In nacht schrijf je cht, en in politie klinkt de t opeens als ts. Dat ene stukje is het hartwoordje: dat leer je uit je hoofd, de rest lees je gewoon. Op het scherm valt elk woord uiteen in klankvakjes, net als bij het aanvankelijk lezen. Kinderen tikken de vakjes een voor een aan en horen het woord. Op het onvoorspelbare stukje verschijnt een hartje met een korte uitleg in gewone taal. Daarna zien ze het woord terug in een zin bij een plaatje. Geen klok, geen wedstrijd: alleen het woord en het kind.

De eerste plank, Onze eerste tien, is altijd gratis en werkt zonder account: de tien woorden die een kind in groep 3 als eerste tegenkomt, van de en het tot hond en goed. Met Premium komen er drie planken bij: Kleine woorden van elke dag, Lastige klanken en Woorden om te weten. Samen veertig woorden die alle Nederlandse weetwoorden afdekken: eindklankverscherping (hond, brood, web), ij en ei, cht, eeuw en ieuw, aai, ooi en oei, tie en isch. Premium geeft ook de printbare kaarten voor in de leeshoek of om mee naar huis te geven.

Zo gebruik je het in de klas

  • Kies een plank en tik het eerste woord aan; het woord verschijnt meteen in klankvakjes.
  • Laat het kind elk vakje van links naar rechts aantikken en telkens meezeggen.
  • Sta stil bij het vakje met het hartje: lees samen de korte uitleg en zeg hardop wat je moet onthouden.
  • Draai de kaart om en lees de zin bij het plaatje, zodat het woord ook betekenis krijgt.

Ideeën voor in de klas

  • Zet een woord op het digibord aan het begin van de leesles: twee minuten samen aantikken en meezeggen, elke dag een nieuw woord van de plank.
  • Laat kinderen daarna het woord op een strookje schrijven en het hartstukje met een kleurpotlood omcirkelen; hang de strookjes aan de woordmuur.
  • Print de kaarten en laat tweetallen om de beurt het hartstukje in het woord van de ander aanwijzen en uitleggen waarom dat stukje lastig is.