Het zegbord
Een kind zonder woorden tikt op een plaatje, en de klas hoort het.
Over dit hulpmiddel
Het zegbord geeft een pas aangekomen kind meteen op de eerste ochtend een stem. Twaalf plaatjes, twaalf dingen die een vijfjarige echt moet kunnen zeggen — ik heb hulp nodig, ik snap het niet, ik moet naar de wc, mag ik ook meedoen — en één tik zegt het hardop, in de taal van het lokaal. Het is geen woordenschatles en het is geen toets: het is een manier om gehoord te worden voordat er ook maar één woord van de nieuwe taal geleerd is.
De plaatjes gaan voorop, en dat is een keuze, geen stijl. Een tekening begrijpt elk kind, welke taal het ook spreekt. Daarom werkt het bord ook voor het Oekraïense, Arabische, Turkse of Somalische kind dat in november in een Nederlandse klas komt — voor dat kind is het gemaakt. Is de thuistaal een van onze elf, dan kunt u die toevoegen en draagt elke kaart twee regels. Dat is een extraatje, nooit de voorwaarde — en als die er is, staat de thuistaal bovenaan, even groot en in dezelfde kleur, want de eigen taal van een kind is niet de kleinste.
Er wordt niets aan het kind gemeten. Geen niveau, geen score, geen voortgangsbalk, geen telling van geleerde woorden — elk product in dit veld bouwt er een in, en dat is juist het schadelijke deel. Het hele bord is gratis en blijft gratis, want de stem van een kind verkoop je niet. Er wordt niets bewaard en niets verstuurd. Het Leerkracht-pakket voegt alleen de kant van de volwassene toe: een kaart om af te drukken voor de tafel of het koord, zodat de twaalf zinnen meegaan waar geen scherm is.
Zo gebruik je het in de klas
- Open het op het klassenscherm, of geef het kind een tablet. De twaalf plaatjes staan er al — niets in te stellen, niets te kiezen.
- Het kind tikt op een plaatje. Het apparaat zegt de hele zin hardop in de taal van uw lokaal, rustig, zodat de klas het verzoek hoort en niet het accent.
- Is de thuistaal een van de elf, tik dan één keer op “De taal van het kind toevoegen”. Elke kaart laat dan beide regels zien, de thuistaal eerst.
- Laat het de eerste weken openstaan op een tablet naast zijn tafel. Het werkt het best als niemand erom hoeft te vragen.
- Druk de kaart af (Leerkracht-pakket) zodat de twaalf zinnen meegaan naar de gang, het plein en naar huis.
Ideeën voor in de klas
- Laat het bord op de eerste ochtend aan de hele klas zien en tik samen twee of drie kaarten aan. Dan is het iets van iedereen en niet iets aparts.
- Geef het kind de eerste week een maatje dat de tablet vasthoudt. Samen een kaart aantikken is het makkelijkste eerste gesprek tussen twee kinderen zonder gemeenschappelijke taal.
- Gebruik het ook andersom: tik “Waar moet ik heen?” aan en wijs — de gang is uitgelegd zonder één woord gedeelde taal.
- Leg de afgedrukte kaart op tafel en een tweede in de rugzak. De zinnen tellen het zwaarst waar geen scherm is: de wc, het plein, het ophalen.