Splitsen
Eén geheel, twee delen — en het geheel blijft gelijk.
Over dit hulpmiddel
Splitsen is het splitsbord op het digibord. Bovenin ligt het getal in het nest, daaronder houden twee bakjes de delen vast. Een kind pakt één fiche uit een bakje en schuift het naar de andere kant: de twee delen veranderen, het getal bovenin niet. Dat is de hele les, en die zit in het materiaal zelf — je kunt geen fiche toevoegen en geen fiche weghalen, dus de delen kunnen nooit iets anders bij elkaar zijn dan het geheel.
Er valt hier niets na te kijken, want elke splitsing van een getal klopt. Zes is vier en twee, zes is ook vijf en één. Een kind dat fiches heen en weer schuift, gokt niet naar het antwoord maar ontdekt dat een getal uit kleinere getallen bestaat — precies de gedachte die optellen en aftrekken tot één ding maakt. Het bord keurt niets goed of af, telt geen punten en noemt geen splitsing fout.
Een doek dekt het nest of een van de bakjes af, en hetzelfde bord wordt zo de drie vragen die je in de klas echt stelt: hoeveel zijn het er samen, en hoeveel zitten er verstopt? Getallen tot tien, alle drie de afdekkingen, de gesproken splitsing en de schrijfwijze zijn gratis. Getallen tot twintig, het overzicht van alle gevonden splitsingen en de afdruk horen bij het Leerkracht-pakket.
Zo gebruik je het in de klas
- Zet het bord op het digibord en stel met plus en min het getal van vandaag in — er staat al een getal klaar.
- Laat een kind naar voren komen en één fiche overzetten. Tikken doet hetzelfde als slepen, dus het werkt op het bord én op een tablet.
- Zeg de splitsing elke keer samen hardop: zes is vier en twee. Met „Hardop zeggen“ zegt het bord het mee.
- Dek een bakje af met de doek en vraag hoeveel er verstopt zitten. Dek juist het nest af en vraag hoeveel het er samen zijn.
- Zet „Als som tonen“ pas aan als het beeld er is — eerst de fiches, daarna de getallen.
Ideeën voor in de klas
- Houd een week lang hetzelfde getal aan: maandag is zes, en elke ochtend vindt een ander kind een andere splitsing.
- Dek een bakje af vóórdat het kind een fiche overzet, zodat de klas zonder te kijken moet bedenken wat er veranderd is.
- Vraag om een splitsing en daarna om de buurman ervan: als zes vier en twee is, wat gebeurt er bij één fiche meer?
- Zet twee splitsingen naast elkaar in het overzicht en vraag wat er hetzelfde aan is — daar wordt het patroon zichtbaar.
Meer werkbladen over dit onderwerp
- Optellen tot 10 met accessoires – werkblad voor groep 3
- Aftrekken tot 10 met accessoires – werkblad voor groep 3
- Rekenpuzzel aftrekken tot 20 met accessoires – werkblad voor groep 3
- Optellen tot 10 met broodjes – werkblad voor groep 3
- Aftrekken tot 10 met broodjes – werkblad voor groep 3
- Rekenpuzzel aftrekken tot 20 met broodjes – werkblad voor groep 3
- Optellen tot 10 met beroepen – werkblad voor groep 3
- Aftrekken tot 10 met beroepen – werkblad voor groep 3