Woorden met uitgangen – het grondwoord zoeken (groep 3–4)
Het grondwoord is een mal met raampjes: leg hem op een langer woord. Hij past alleen als elk raampje zijn eigen letter laat zien en de rest een echte uitgang is. Interactieve leesoefening voor groep 3 en 4, passend bij de SLO-kerndoelen.
Het grondwoord is een mal met raampjes: leg hem op een langer woord. Hij past alleen als elk raampje zijn eigen letter laat zien en de rest een echte uitgang is. Interactieve leesoefening voor groep 3 en 4, passend bij de SLO-kerndoelen.
Over deze activiteit
Het woord bij het plaatje is een mal waarin de letters als raampjes zijn uitgeknipt. Het kind legt een woordkaart in het kader en drukt op Controleer: de mal valt op het woord. Bij honden, onder een plaatje van een hond, laat elk raampje zijn eigen letter zien en schuift de rest (-en) in een gouden huls. Bij honing staat in een raampje een i waar de mal een d nodig heeft, en de mal wiebelt. Woorden met uitgangen is een leesoefening voor groep 3 en 4: het grondwoord vinden in een langer woord.
In elke ronde liggen ook andere woorden met een uitgang (voeten, letters, films), dus alleen op een uitgang letten is niet genoeg: het kind moet het woord van het plaatje erin vinden. Bij Uitgang afsplitsen zet het een streep waar het grondwoord ophoudt (boek | en). Bij Uitgang toevoegen beslist de zin: kijk, hij werkt nu; wij werken; gisteren werkte papa. Elk woord hangt aan het haakje van zijn uitgang.
De activiteit past bij de SLO-kerndoelen voor lezen en spelling en is bedoeld voor groep 3 en 4. Zonder tijdsdruk en zonder punten.
Wat deze activiteit bevat
- Ontworpen voor leerlingen van groep 1 (ongeveer 6–7 jaar)
- Kerndoelen-domein: Lezen: technisch lezen (fundamentele leesvaardigheden)
- Afgestemd op de kerndoelen
Hoe het werkt
Kijk naar het plaatje en tik de woordkaart aan die van zijn woord is gemaakt. Hij komt in het kader.
Druk op Controleer. De mal valt op het woord: een rood raampje laat een letter zien die er niet hoort.
Bij Uitgang afsplitsen tik je waar het woord bij het plaatje ophoudt. Bij Uitgang toevoegen lees je de zin en tik je de uitgang aan die past.
Wat uw kind oefent
- Het grondwoord vinden in een langer woord
- Een echte uitgang onderscheiden van letters die er alleen op lijken
- Een woord splitsen in grondwoord en uitgang
- De uitgang kiezen bij hij, wij en gisteren (-t, -en, -te)
Leerdoelen
Woorden met een uitgang lezen door het grondwoord te herkennen.
Zien dat het grondwoord zijn letters houdt als er een uitgang bij komt.
De uitgangen -t, -en en -te koppelen aan hij, wij en gisteren.
Veelgestelde vragen
- Wat leert de activiteit Woorden met uitgangen – het grondwoord zoeken (groep 3–4)?
- Woorden met uitgangen – het grondwoord zoeken (groep 3–4) is een interactieve activiteit voor Groep 3, gericht op Lezen: technisch lezen (fundamentele leesvaardigheden). Kinderen spelen het direct in de browser — geen afdrukken, inloggen of installeren nodig.
- Voor welke leeftijden is deze activiteit?
- Hij is bedoeld voor Groep 3 (Lezen: technisch lezen (fundamentele leesvaardigheden)) en werkt goed voor klassikaal, in kleine groepjes of zelfstandig oefenen.
Oefen deze standaard
Bekijk alle RF.1.3.F-activiteitenMeer activiteiten om te proberen
- RF.K.3.cHoogfrequente woorden lezen groep 3 – flitswoorden oefenen
- RF.K.3.cLijkende woorden uit elkaar houden – groep 3 luisteroefening
- RF.K.3.aBeginklanken Oefenen
- RF.K.3Woorden spellen met het woordelastiek (groep 3)
- RF.1.3De verfbakjes – ch, ng en medeklinkers samen (groep 3)
- RF.1.3De klankklem – woorden met aa, oo, oe, ui en eu (groep 3)